Wat zijn anale huidplooien?

Huidflapjes, skintags of marisken zijn verschillende namen voor anale huidplooien. Door druk op de anus kunnen bloedvaten opzwellen. Hierdoor kan de huid rondom de anus uitrekken. Na verloop van tijd kunnen er huidflapjes ontstaan.

Anale huidplooien ontstaan vaak nadat je last hebt gehad van aambeien. Ze zijn onschuldig. Soms kunnen ze wel klachten geven zoals irritatie, jeuk of een onprettig gevoel.

Operatieve behandeling

Alleen als de huidflapjes groot zijn en veel hinder geven kan een operatie worden gedaan. De chirurg verwijdert dan de huidflapjes. Om de kans op een infectie zo klein mogelijk te houden blijven de wondjes open. Heel soms worden er deels oplosbare hechtingen gebruikt.

De operatie gebeurt onder algehele narcose en duurt enkele minuten. Meestal laat de arts ook een plaatselijke verdoving achter.

Voor de operatie

De ingreep vindt meestal plaats op de poliklinische operatiekamer (route 46) onder verdoving. Je krijgt bericht hoe laat je je mag melden.

  • Tot 6 uur voor je afspraak in het ziekenhuis kun je niet meer eten drinken en roken.
  • 2 uur voor je afspraak in het ziekenhuis gebruik je een laxeermiddel (Microlax).

 

Na de operatie

  •         In de eerste dagen na de behandeling kun je klachten hebben in het wondgebied. Wanneer je naar huis gaat krijg je een recept mee voor pijnstillers. Deze kun je ophalen bij de apotheek en gebruiken volgens onderstaand schema:

         o    4x per dag 2 Paracetamol 500 mg

         o    Zo nodig 2x per dag Naproxen 500 of 250 mg samen met 1x per dag    Pantoprazol 20 mg

         o    Zo nodig 2x per dag Oxycodon 10 mg MVA

         o    Zo nodig 4x per dag Oxycodon kortwerkend 5 mg

  • De klachten nemen meestal na 2 of 3 dagen langzaam af. Daarna kun je de medicatie rustig afbouwen afhankelijk van je klachten.
  • Gebruik minimaal 3 weken na je operatie een laxeermiddel (Movicolon) volgens het recept dat je meekrijgt.
  • De stoelgang kan in de eerste dagen gevoelig of branderig aanvoelen. Om harde ontlasting en persen te voorkomen is het belangrijk dat je ontlasting soepel blijft. Dit kun je ondersteunen door:
    • Vezelrijke voeding en fruit
    • 1,5 liter water per dag
    • Voldoende beweging
    • Ontlasting niet ophouden
  • In de eerste dagen na de operatie is het prettig om zware huishoudelijke werkzaamheden te vermijden.
  • Neem voldoende rust en breid je activiteiten rustig uit als je vermoeid bent.
  • Totdat de wondjes zijn genezen kun je de anaalstreek 2 tot 3 keer per dag voorzichtig reinigen met lauwwarm water. Dit is ook prettig na de stoelgang in de eerste 2 weken. Even kort douchen werkt vaak goed. Dep de wond daarna voorzichtig droog met een schone droge handdoek.
  • Komt er veel vocht uit de wond dan kun je een maandverband gebruiken om dit op te vangen.
  • Soms worden er hechtingen geplaatst. Deze lossen vanzelf op.
  • Douchen kan vanaf de dag na de operatie. Gebruik vloeibare zeep om zeepresten in de wond te voorkomen.
  • Baden kan weer na 2 weken.
  • Sporten kan weer na 2 weken.
  • Fietsen kan weer na 2 weken.

 

Wanneer neem je contact op?

Neem contact op met het ziekenhuis bij één of meer van de volgende klachten:

  • toenemende klachten in het wondgebied
  • koorts boven de 38,5 C
  • abnormale zwelling van het wondgebied (zwelling van het hele anale gebied is normaal in de eerste 2 weken)
  • veel vocht of bloed dat uit de wond blijft komen
  • wanneer de stoelgang niet op gang komt

Tijdens kantooruren kun je contact opnemen met de poli chirurgie.Telefoonnummer: 040 286 4872. Buiten kantooruren kun je bellen met de SEH.Telefoonnummer: 040 286 4834.

Heb je nog vragen?

Deze informatie is niet bedoeld als vervanging van mondelinge informatie, maar als een aanvulling hierop. Zodat je alles nog eens rustig na kunt lezen.

Heb je vragen? Dan kun je bellen naar de polikliniek chirurgie, van maandag tot en met vrijdag tussen 08:30 en 12:15 uur. Telefoonnummer 040 - 286 4872.

Je kunt ons ook via e-mail bereiken:
poli.chirurgie@st-anna.nl
afdeling.chirurgie@st-anna.nl

Met medische vragen kun je terecht bij je behandelend specialist.