Wat zijn aambeien
Aambeien (hemorroïden) ontstaan door zwelling van het slijmvlies van de anus. Iedereen heeft eigenlijk aambeien. Het zijn kleine zwellichaampjes (kussentjes) in de endeldarm die ervoor zorgen dat er geen ontlasting uit de anus lekt. Zo’n zwellichaam is een sponsachtig netwerk van bloedvaatjes met daarover een dun laagje slijmvlies. Als er te veel druk op de zwellichamen komt, bijvoorbeeld door harde ontlasting, kunnen ze uitrekken. Daardoor kunnen ze uitzakken en soms naar buiten komen. Dat geeft vaak een onprettig gevoel, vooral tijdens en na de stoelgang. Soms bloeden ze of raken ze ontstoken. Niet al het bloedverlies uit de anus komt door aambeien. Ook als je zeker weet dat je aambeien hebt, kan bloedverlies toch een andere oorzaak hebben. Daarom is het belangrijk dat een arts bij bloedverlies altijd onderzoekt waar dit precies door komt. Als aambeien vanzelf verdwijnen, kan er soms een huidflapje achterblijven (mariske of skin tag). Ongeveer de helft van de mensen heeft wel eens last van aambeien.
Klachten
Van aambeien kun je verschillende klachten krijgen.
- Bloedverlies: gezwollen aambeien zijn kwetsbaar. Ze kunnen gemakkelijk gaan bloeden, bijvoorbeeld door harde ontlasting. Ook kunnen aambeien open gaan. Je merkt dit aan helderrood bloed in de ontlasting of op het toiletpapier.
- Jeuk: als aambeien naar buiten komen, kan soms wat vochtverlies en soiling (bruine streep) ontstaan. Dit irriteert de huid en kan jeuk en eczeem rond de anus veroorzaken. Krabben of harder afvegen met toiletpapier kan de huid beschadigen. Daardoor kan een vervelende cirkel ontstaan.
- Pijn of irritatie: dit kan heel verschillend zijn. Als grote aambeien naar buiten komen, kunnen ze beklemd raken in de anus. Daardoor kan een bloedstolsel (trombose) in de aambei ontstaan. Dit kan veel pijn geven.
- Prolapsgevoel: je kunt het gevoel hebben dat er iets naar buiten puilt. Soms moet je dit met je vingers terugduwen, bijvoorbeeld na de ontlasting. Je kunt ook het gevoel hebben dat je steeds naar het toilet moet.
- Hygiënische problemen: dit kan verschillen van het gevoel dat je het gebied niet goed schoon krijgt, vooral bij huidflapjes, tot vochtverlies tussen de gezwollen aambeien.
Wat is de oorzaak
Er zijn een aantal dingen die een rol lijken te spelen bij het ontstaan van aambeien.
Vooral persen speelt een belangrijke rol. De neiging om te persen ontstaat als de ontlasting te snel gaat of door een minder goede houding op het toilet, maar vooral als de ontlasting te hard is. Harde ontlasting ontstaat vaak door te weinig voedingsvezels in het eten, te weinig beweging, bijvoorbeeld bij een zittend beroep of overgewicht, en te weinig drinken. Dit zijn daarom belangrijke aandachtspunten bij de behandeling van aambeien.
Het voorschrijven van een vezelpreparaat dat de ontlasting soepel maakt, zoals Movicolon, kan samen met voldoende drinken en bewegen veel klachten helpen voorkomen.
Hoe kun je klachten voorkomen of verhelpen
- Houd de ontlasting zacht, zodat je minder hoeft te persen. Eet daarom voldoende voedingsvezels, zoals volkoren brood, groente, fruit en zemelen, en drink veel water, 1,5 – 2 liter per dag. Als dit niet genoeg helpt, kan het eerder genoemde Movicolon misschien helpen.
- Stel toiletbezoek bij aandrang niet te lang uit. Regelmatig naar het toilet gaan helpt om een prettige regelmaat te krijgen. Zo hoef je ontlasting minder vaak op te houden op een ongelegen moment.
- Probeer persen te voorkomen.
- Bij branderigheid, pijn, jeuk en eczeem rond de anus kan een bad prettig zijn. Een bad maakt het gebied ook goed schoon.
- Zalven en zetpillen kunnen helpen bij pijn en branderigheid. Deze zijn verkrijgbaar bij de drogist.
- Zorg ook voor voldoende beweging, het liefst minstens een half uur per dag, vooral als je veel zit. Als je te zwaar bent, kan afvallen ook helpen.
Aambeien kunnen erg hinderlijk zijn. Met goede zorg en regelmaat is het vaak mogelijk om de klachten te verminderen of te laten verdwijnen.
Onderzoek en diagnose
De klachten die aambeien geven, kunnen ook voorkomen bij andere afwijkingen van de endeldarm of anus. Daarom onderzoekt de arts de anus en de huid eromheen. Tijdens dit onderzoek lig je op je linkerzij met opgetrokken knieën. Je mag je bovenkleding aanhouden. De arts voelt met een vinger de binnenkant van de anus. Dit heet rectaal toucher. Meestal is ook extra onderzoek nodig met een klein kijkbuisje, de proctoscoop. Daarmee bekijkt de arts de anus, het anale kanaal en het begin van de endeldarm. Het inbrengen kan wat onaangenaam zijn. Probeer zo goed mogelijk te ontspannen. Als dit onderzoek door bijvoorbeeld gevoeligheid of een andere oorzaak niet lukt, kan het nodig zijn om dit later onder algehele narcose te doen.
Behandeling Rubberbandligatie (RBL)
Deze behandeling bestaat uit het afbinden van de aambeien met een elastiekje. Deze behandeling heet Rubber Band Ligatie of Barronligatie. Door het elastiekje krijgt het behandelde slijmvlies geen bloed meer en sterft het meestal na enkele dagen af. Veel patiënten met aambeien of beperkte huidflapjes kunnen goed met deze methode worden behandeld. Deze behandeling met elastiekjes kan vaak al tijdens het eerste bezoek aan de polikliniek worden gedaan. Voor deze poliklinische behandeling is geen verdoving of narcose nodig.
Voor de behandeling RBL
Wij vragen je om 2 uur voor de operatie Microlax te gebruiken. Dit is verkrijgbaar bij de drogist.
Tijdens de behandeling RBL
Tijdens de behandeling lig je op je linkerzij met opgetrokken knieën. De arts brengt een klein buisje, de proctoscoop, in je anus. Dit kan wat onaangenaam zijn. Probeer rustig te ontspannen. Via dit buisje voert de arts de behandeling uit. Tijdens de behandeling vraagt de arts of het gevoelig is. Het is niet de bedoeling dat het pijn doet. Bij het aanzuigen mag geen scherpe pijn ontstaan. Meestal plaatst de arts op 3 of 4 plaatsen een elastiekje. Na een aantal dagen komen het behandelde slijmvlies en het elastiekje met de ontlasting mee naar buiten. Het resultaat van de behandeling kunnen we na 6 weken beoordelen. Meestal is een 2e of 3e behandeling nodig.
Als de aambeien erg groot zijn, is misschien een operatie nodig. De behandeling RBL duurt ongeveer 10 tot 15 minuten.
Na de behandeling RBL
- Na de behandeling kan de beleving van klachten verschillend zijn. Hoeveel last je hebt, hangt onder andere af van de grootte van het behandelde gebied. Als je toch pijn hebt, kun je het beste paracetamol gebruiken. Een warme douche of een warm bad kan ook prettig zijn.
- Na het plaatsen van de elastiekjes voelen veel mensen meer aandrang om ontlasing te krijgen. Dit gevoel komt door de elastiekjes en niet doordat er echt ontlasting zit.
Laserbehandeling
Als een behandeling met rubberbandligatie niet genoeg helpt, dan kan een extra behandeling nodig zijn: een laserbehandeling.
Operatie (hemorroïdectomie / hemorroïdopexie)
Als aambeien erg groot zijn en eerder genoemde technieken niet voldoende helpen, kan een operatie nodig zijn. Afhankelijk van jouw situatie kan ervoor worden gekozen om de aambeien helemaal te verwijderen (hemorroïdectomie) of om de aambeien aan de binnenkant van de darm op te binden met hechtingen (hemorroïdopexie). Je arts geeft je hierover uitleg.
Bij beide operaties is er goede aandacht voor pijnstilling na de ingreep. Dit gebeurt met plaatselijke pijnstilling en pijnmedicatie in tabletvorm. Toch zal het de eerste dagen nog gevoelig zijn. Het is ook belangrijk dat de ontlasting na de operatie soepel blijft, omdat de stoelgang in het begin gevoelig kan zijn. Een operatie voor aambeien gebeurt altijd onder narcose en in dagbehandeling. Je kunt dus dezelfde dag weer naar huis.
Voor de operatie
Wij vragen je om 2 uur voor de operatie Microlax te gebruiken. Dit is verkrijgbaar bij de drogist.
Na de operatie
- Na de operatie is het belangrijk dat de wond regelmatig wordt verzorgd. Met de douche kun je het gebied gemakkelijk schoonspoelen.
- Thuis gebruik je nog minstens 14 dagen laxeermiddelen. Het recept hiervoor krijg je mee vanuit het ziekenhuis.
- Ongeveer 1 tot 3 weken na de operatie kom je voor controle terug op de polikliniek. Afhankelijk van je klachten kom je misschien nog een keer extra terug.
- Het anale kanaal is na een poliklinische behandeling meestal binnen 3 tot 4 weken genezen. Meestal merk je daar niet veel van. Je gewone dagelijkse activiteiten kun je vaak na 1 of 2 dagen weer oppakken. Na opname en behandeling onder narcose moet je rekening houden met een langere hersteltijd en mogelijk langer verzuim.
- Ook als de aambeien na de behandeling weer op hun normale plaats zitten, kunnen er na jaren opnieuw klachten ontstaan. Je kunt proberen dit te voorkomen door de eerder genoemde adviezen en leefregels te blijven volgen. Denk aan meer voedingsvezels eten, voldoende bewegen, veel water drinken en persen voorkomen.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is helemaal zonder risico op complicaties. Ook bij een behandeling of operatie voor aambeien zijn er gewone risico’s, zoals trombose, nabloeding of pijnklachten.
- Je kunt nog een tijd bloedverlies hebben na de ingreep. Verlies je veel bloed en twijfel je? Neem dan contact met ons op. Gebruik je bloedverdunnende medicijnen, dan is het belangrijk dit vóór de behandeling aan de arts door te geven. Deze medicijnen geven een grotere kans op nabloedingen. Daarom is het soms nodig om hier in overleg met je arts tijdelijk mee te stoppen.
- Wanneer een rubberbandje de endeldarm verlaat, dus als het korstje van de wond loslaat, kan er wat bloedverlies optreden. Lijkt het bloedverlies meer dan een kopje vol? Neem dan contact op met het ziekenhuis. Soms is dan directe behandeling op de afdeling spoedeisende hulp (SEH) nodig.
- Als er een ontsteking ontstaat op de plek van de behandeling, kan er korte tijd een lichte temperatuurverhoging optreden.
- Na een operatie voor het verwijderen van aambeien kan het gebied de eerste dagen gevoelig zijn. Hiervoor krijg je pijnstillers en soms ook een zalf.
- Het op gang komen van de ontlasting na de operatie kan lastig zijn. De eerste keer kan dit gevoelig zijn en wat bloed geven. Door laxeermiddelen blijft de ontlasting soepeler en gaat de stoelgang makkelijker. Dat helpt ook om de wonden rustiger te laten genezen.
- Heel soms kan plassen na de operatie tijdelijk moeilijker gaan.
Bij vragen of problemen kun je contact opnemen met de polikliniek chirurgie. Buiten kantooruren kun je bij dringende zaken contact opnemen met de afdeling spoedeisende hulp.
Bij vragen of problemen kun je contact opnemen met de polikliniek chirurgie. Buiten kantooruren kun je in geval van dringende zaken contact opnemen met de afdeling spoedeisende hulp.
Dagelijks van 08:30 - 12.15 uur:
polikliniek chirurgie 040 - 286 48 72
Na 12.15 uur en in het weekend:
spoedeisende hulp (SEH) 040 - 286 48 34
Heb je nog vragen?
Deze informatie is niet bedoeld als vervanging van mondelinge informatie, maar als een aanvulling hierop. Zodat je alles nog eens rustig na kunt lezen.
Heb je vragen? Dan kun je bellen naar de polikliniek chirurgie, van maandag tot en met vrijdag tussen 08:30 en 12:15 uur. Telefoonnummer 040 - 286 4872.
Je kunt ook een e-mail sturen naar: poli.chirurgie@st-anna.nl of afdeling.chirurgie@st-anna.nl.