Lumbale laminectomie
Neurologie
Inleiding
Binnenkort word je opgenomen in het Anna Ziekenhuis voor een lumbale laminectomie vanwege een kanaalstenose (vernauwing van het wervelkanaal). In deze folder lees je meer over de operatie. Ook geven we adviezen die kunnen helpen bij je herstel.
Belangrijk voor opname
Sommige medicijnen moet je vóór de operatie tijdelijk stoppen. Dit geldt vooral voor medicijnen die de bloedstolling beïnvloeden.
Gebruik je bijvoorbeeld:
· Ascal®;
· Marcoumar®;
· Sintrommitis®;
· Aspirine®;
dan moet je hier meestal 7 dagen vóór de opname mee stoppen.
Twijfel je of je bloedverdunners gebruikt? Neem dan contact op met je huisarts of behandelend arts. Heb je geen klachten meer en is de operatie misschien niet meer nodig? Laat dit dan zo snel mogelijk weten aan de afdeling opname. Dan kunnen we mogelijk een andere patiënt helpen.
Telefoonnummer afdeling opname: 040 286 4849
Wat neem je mee naar het ziekenhuis?
· stevige schoenen die goed om je voeten zitten, bij voorkeur met een rubberen zool en zonder hoge hakken;
· een kamerjas;
· een comfortabele korte broek, joggingbroek of pyjamabroek;
· een lange schoenlepel.
De behandeling
Waarom is deze operatie nodig?
Bij een lumbale laminectomie verwijdert de neurochirurg 1 of meer wervelbogen in de onderrug. Hierdoor ontstaat meer ruimte voor de zenuwen. Door slijtage van de wervels kunnen het wervelkanaal en de doorgangen voor de zenuwen nauwer worden. Dit noemen we een kanaalstenose. Door deze vernauwing kunnen zenuwen bekneld raken. Dit kan klachten geven zoals:
· pijn in de benen;
· een doof gevoel;
· krachtsverlies;
· moeite met lopen.
Met de operatie maken we meer ruimte voor de zenuwen. Hierdoor kunnen de klachten verminderen.
Hoe verloopt de operatie?
De operatie wordt uitgevoerd door een neurochirurg. De neurochirurg maakt een verticale snee in de huid van de rug op de plaats van de vernauwing. Daarna worden de rugspieren voorzichtig opzij gehouden. Vervolgens worden de wervelbogen en het weefsel dat de zenuwen onder druk zet verwijderd. Zo ontstaat weer voldoende ruimte voor de zenuwen.
Mogelijke complicaties
Bij iedere operatie bestaat een kans op complicaties. Je arts heeft deze risico’s met je besproken. Heb je hier nog vragen over? Stel deze dan gerust aan je arts.
De operatieroute
Voor de operatie
Op de dag van de operatie kom je op het afgesproken tijdstip nuchter naar het ziekenhuis. Je meldt je bij de receptie bij de hoofdingang. Een gastheer of gastvrouw brengt je naar de verpleegafdeling. Daar krijg je een gesprek met een verpleegkundige. Eventuele bijzonderheden worden besproken. Ook komt de fysiotherapeut bij je langs. Je krijgt uitleg over:
· draaien in bed;
· gaan liggen en opstaan;
· veilig bewegen na de operatie;
· fysiotherapie tijdens je opname.
Vlak voordat je naar de operatiekamer gaat:
· ga je nog naar het toilet;
· trek je een operatiehemd aan;
· krijg je een injectie in je buik om trombose te helpen voorkomen.
Daarna word je naar de operatiekamer gebracht. Op de operatiekamer ontmoet je de anesthesioloog. Je krijgt een infuus. Via dit infuus krijg je de narcose toegediend. Wil je meer weten over narcose? Vraag dan naar de folder Anesthesie.
Na de operatie
Na de operatie word je wakker op de uitslaapkamer. Soms laat de arts een slangetje (drain) achter in de wond om wondvocht af te voeren. Als je voldoende wakker bent en je conditie het toelaat, ga je terug naar de verpleegafdeling. De eerste 4 uur na de operatie lig je op je rug. Dit helpt om de kans op een nabloeding te verkleinen. Binnen 6 uur probeer je te plassen. Lukt dit niet? Dan kan het nodig zijn om je blaas tijdelijk leeg te maken met een slangetje.
De verpleegkundige controleert regelmatig:
· je bloeddruk;
· je hartslag;
· de kracht en functie van je benen.
Na 4 uur mag je weer afwisselen tussen rugligging en zijligging. Met begeleiding van een verpleegkundige mag je naar het toilet lopen. De eerste dagen kun je last hebben van:
· een stijf gevoel in de rug;
· een gevoelig of onprettig gevoel in de rug;
· een doof gevoel in een been of voet.
De uitstralende zenuwpijn in het been of de bil is vaak direct minder. Soms heeft de zenuw meer tijd nodig om te herstellen. Het kan enkele weken duren voordat deze klachten verminderen.
Het herstel
Herstel in het ziekenhuis
De eerste dagen
Op de eerste dag na de operatie komt de fysiotherapeut bij je langs. Samen oefen je:
· in en uit bed komen;
· opstaan;
· zitten;
· lopen;
· traplopen.
Je krijgt ook uitleg over wat je wel en niet kunt doen. Zitten mag meestal kortdurend vanaf de eerste dag na de operatie. In de dagen daarna worden de oefeningen verder uitgebreid. Ook krijg je adviezen voor thuis. Heb je een drain? Dan wordt deze meestal verwijderd.
De dag van ontslag
Voor je naar huis gaat, geeft de verpleegkundige uitleg over:
· wondverzorging;
· het verwijderen van de hechtingen.
Je krijgt ook een controleafspraak mee voor ongeveer 6 tot 8 weken na de operatie bij de neurochirurg.
Fysiotherapie na de operatie
Na deze operatie is fysiotherapie meestal niet direct nodig. We adviseren om eerst het natuurlijke herstel af te wachten. Tijdens de controleafspraak kun je samen met de neurochirurg kijken of fysiotherapie alsnog wenselijk is.
Mogelijke problemen
Na de operatie kan een zenuw tijdelijk geïrriteerd of gezwollen zijn. Hierdoor kun je een doof gevoel of minder kracht ervaren. Dit herstelt meestal vanzelf in de weken of maanden na de operatie. Soms duurt dit langer. Klachten die al vóór de operatie aanwezig waren, herstellen vaak minder snel en soms niet volledig.
Nabloeding
Een nabloeding komt weinig voor. Mogelijke signalen zijn:
· een dikke wond;
· een pijnlijke wond;
· bloed of wondvocht dat blijft lekken.
Door druk op de zenuwen kun je ook klachten krijgen zoals:
· pijn;
· tintelingen;
· een doof gevoel;
· krachtsverlies.
Wondproblemen
Infectie van de wond
Een wondinfectie kan ontstaan als:
· de wond niet goed geneest;
· er geel vocht of pus uit de wond komt.
Infectie van een wervel of tussenwervelruimte
Dit komt zelden voor. Het kan zorgen voor veel pijn in de rug of buik.
Openstaande wondranden
Een klein beetje openstaan van de wond is meestal niet erg. Wanneer de wond meer dan 1 centimeter openstaat, is het belangrijk dat een zorgverlener hiernaar kijkt.
Lekkage van hersenvocht
Soms ontstaat tijdens de operatie een kleine opening in het vlies rondom de zenuwen. Hierdoor kan wat hersenvocht lekken. Meestal merk je hier weinig van. Soms kun je hoofdpijn krijgen. In dat geval kan extra rust en extra drinken helpen.
Instabiliteit van de wervels
Na de operatie kan er soms meer beweging ontstaan tussen de wervels. Hierdoor kunnen opnieuw rug- of beenklachten ontstaan. Dit komt voor bij ongeveer 5% van de patiënten.
Littekenweefsel rond een zenuw
Na iedere operatie ontstaat littekenweefsel. Meestal geeft dit geen klachten. In zeldzame gevallen kan het littekenweefsel druk geven op een zenuw. Hierdoor kunnen opnieuw uitstralende pijnklachten ontstaan.
Toename last rug en/of been
Na de operatie kunnen tijdelijk meer klachten ontstaan doordat:
· de gewrichtjes tussen de wervels meer belast worden;
· zenuwdoorgangen opnieuw nauwer worden;
· banden rondom rug, bekken en stuitje geïrriteerd raken.
Dit kan zorgen voor:
· rugpijn;
· stijfheid;
· spierverkramping;
· pijn in de billen.
Wanneer moet je contact opnemen?
Als je één van de volgende symptomen merkt, moet je zo snel mogelijk contact opnemen met de polikliniek Neurologie: telefoonnummer 040 - 286 48 87.
· onhoudbare pijn hebt in je rug of been;
· een sterk gezwollen wond hebt;
· een open wond hebt;
· pus uit de wond ziet komen;
· hoge koorts hebt;
· meer krachtsverlies krijgt in 1 of beide benen;
· urine of ontlasting niet meer kunt ophouden;
· je zorgen maakt of iets niet vertrouwt.
Adviezen na operatie
Algemeen
Het is belangrijk om een goede balans te vinden tussen bewegen en rusten. Activiteiten zoals lopen in huis, buitenshuis wandelen en traplopen kun je rustig opbouwen. Wissel deze activiteiten af met voldoende rust. Iedereen herstelt op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. daarom goed naar je lichaam. Het is normaal dat je tijdens activiteiten wat klachten in je rug kunt voelen. Dit komt vaak doordat de rugspieren weer meer gebruikt worden.
Worden de klachten erg sterk of houden ze lang aan? Dan kan dit betekenen dat je lichaam meer rust nodig heeft. Kijk dan of je misschien te veel hebt gedaan en pas je activiteiten hierop aan.
Liggen
De eerste weken is het goed om regelmatig te rusten in liggende houding. Probeer overdag regelmatig plat op je rug te liggen. Dit ondersteunt de wondgenezing en geeft rust aan je rug. Tijdens de nacht mag je afwisselen tussen rugligging en zijligging. Zorg voor een stevig bed dat voldoende ondersteuning geeft. In de eerste 2 weken rust je gemiddeld 30 tot 45 minuten per uur liggend. Daarna kun je dit geleidelijk afbouwen. Een bed beneden kan in de eerste periode prettig zijn. Zo hoef je minder vaak trap te lopen.
Zitten
Langdurig zitten belast je rug. Tijdens de eerste 2 weken adviseren we om maximaal:
- 15 minuten achter elkaar te zitten;
- 3 keer per dag te zitten.
Gaat dit goed? Dan kun je de duur en het aantal momenten langzaam uitbreiden. Krijg je tijdens het zitten meer klachten in de rug of uitstralende klachten naar de benen? Verander dan van houding en neem rust.
Lopen
Lopen is een belangrijke oefening tijdens je herstel. Regelmatig bewegen helpt om je conditie weer op te bouwen. Draag tijdens het lopen stevige schoenen. Vermijd slippers en sloffen. Bouw het wandelen rustig op in tijd en afstand. Iedereen heeft een andere belastbaarheid. Luister daarom goed naar je lichaam. Krijg je tijdens het lopen veel klachten in de rug of benen? Neem dan rust in liggende houding. Soms betekent dit dat je de opbouw te snel hebt gedaan. Pas dan het tempo aan.
Huishoudelijk werk
Het doen van licht huishoudelijke werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld afwassen, koffiezetten of tafel dekken, kan je enkele dagen na de operatie weer hervatten. Als je al de genoemde activiteiten, zoals lopen en zitten, zonder klachten hebt doorlopen, kan je de huishoudelijke activiteiten langzaamaan uitbreiden. Zwaardere huishoudelijke taken zoals stofzuigen, dweilen, wassen, tuinieren kan je, indien de klachten dit toelaten, zes weken na de operatie hervatten.
Bukken en tillen
Vooroverbukken is een zware belasting voor de rug. Vermijd deze beweging door met een rechte rug te hurken om iets van de grond op te rapen. Hetzelfde geldt voor tillen. De eerste twee weken na de operatie raden wij tillen af. Tillen is altijd een extra belasting voor de rug en daarom is het beter tillen, voor zover mogelijk, te vermijden. Maak waar mogelijk gebruik van hulpmiddelen. Mocht het niet anders kunnen, til dan met een rechte rug en begin met lichte lasten (-/+ 2 kg). Gaat dit goed, dan mag je geleidelijk aan meer tillen, maar houd rekening met bovenstaande.
Het hervatten van je werk
Lichte werkzaamheden (werken aan een bureau) kan je na twee tot vier weken opbouwend hervatten, mits je goed oplet met bukken en tillen. De zwaardere werkzaamheden (werk waarbij veel getild moet worden) mogen na drie maanden worden hervat. Dit eventueel in overleg met je behandelend (bedrijfs)arts.
Seks
Seksuele gemeenschap is niet bezwaarlijk. Het is wel belangrijk dat je verstandig omgaat met je rug en rekening houdt met je herstel.
Fietsen
Na ongeveer twee weken mag je weer fietsen. Fiets bij voorkeur op een asfaltweg. Bouw dit rustig op, in afstand en tijd. Let op: tijdens het fietsen zit je op het zadel. Het
zitten kan extra klachten opleveren. Houd dus met het opbouwen van het fietsen rekening met het opbouwen van het zitten.
Autorijden
Als de kracht in je benen en voeten na 6 weken normaal is, mag je weer zelf autorijden. Tijdens de eerste 6 weken mag je wel als passagier meerijden. Een plastic zak op de autostoel kan helpen om gemakkelijker in en uit de auto te draaien. Wij raden af om op de achterbank te liggen tijdens het rijden.
Zwemmen
Als de operatiewond goed genezen is, mag je na ongeveer 3 weken weer zwemmen. Begin met zwemmen op je rug. Daarna kun je ook op je buik zwemmen. Zwemmen is een prettige manier om de rug weer soepel te maken. Ook wandelen in het water kan helpen. In het water is de belasting op je rug kleiner dan op het droge. Maak het niet te intensief en luister goed naar je lichaam. Voorkom dat je te veel afkoelt.
Fysiotherapie
Na een lumbale laminectomie is fysiotherapie meestal niet direct nodig. Tijdens je opname krijg je uitleg en oefeningen van de fysiotherapeut. De eerste 6 weken staan vooral in het teken van wondgenezing en het vinden van een goede balans tussen bewegen en rusten. Tijdens de controleafspraak kun je samen met de neurochirurg bespreken of fysiotherapie alsnog wenselijk is.
De bedrijfsarts
Vraag je je af welke gevolgen de operatie heeft voor je werk? Bespreek dit dan met je specialist. Met jouw toestemming kan informatie worden uitgewisseld tussen je specialist en bedrijfsarts. De bedrijfsarts begeleidt je bij het hervatten van je werk. Daarom is het belangrijk dat deze op de hoogte is van je behandeling. Het kan prettig zijn om al vóór de operatie contact op te nemen met de bedrijfsarts of dit kort na de operatie te doen.
In en uit bed gaan
Om je rug zo min mogelijk te belasten, is het belangrijk om op een goede manier in en uit bed te gaan. Je fysiotherapeut oefent dit met je tijdens je opname.
Uit bed gaan: zie hieronder figuur 1 t/m 4
- Figuur 1:
Benen om beurten optrekken. Met de voeten contact houden met het matras. - Figuur 2:
Met het boven- en onderlichaam tegelijk naar de zij rollen. - Figuur 3:
Benen over de rand van het bed en met de armen afzetten. Daarbij proberen niet te draaien met de rug. - Figuur 4
Rechtop komen zitten
In bed gaan: zie hieronder figuur 5 t/m 8
- Figuur 5:
Op de rand van het bed gaan zitten met de billen ver genoeg naar achteren. - Figuur 6:
Op de zij gaan liggen. De benen tegelijkertijd meenemen en op de bedrand plaatsen. - Figuur 7:
Helemaal op de zij gaan liggen. - Figuur 8:
Met het boven- en onderlichaam tegelijk naar de rug rollen. Daarna om beurten de benen strekken. Met de voeten contact houden met het matras.
Heb je vragen?
Deze informatie is niet bedoeld als vervanging van mondelinge informatie, maar als een aanvulling hierop. Zodat je alles nog eens rustig na kunt lezen.
Heb je vragen? Dan kun je bellen naar de polikliniek neurologie, van maandag tot en met vrijdag tussen 08:30 en 12:15 uur. Telefoonnummer 040 - 286 4887.
Voor meer informatie kun je ook terecht op de volgende websites:
Neurochirurgie Brabant www.neurochirurgiebrabant.nl
Anna Ziekenhuis Geldrop www.annaziekenhuis.nl
Nederlandse vereniging voor neurochirurgie www.nvvn.org
Bij de totstandkoming van deze informatie is gebruik gemaakt van tekst uit de folder “Lumbale laminectomie” van het ETZ Tilburg.