Innovatieve behandeling voor heupdysplasie: eerste 3D-geprinte heupimplantaat bij mens geplaatst in Anna Ziekenhuis
Voor het eerst ter wereld is vandaag een op maat gemaakt, 3D-geprint heupimplantaat bij een mens geplaatst. Orthopedisch chirurg en heupspecialist Rintje Agricola voerde de operatie uit in het Anna Ziekenhuis in Geldrop, in samenwerking met het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Deze innovatieve techniek, die eerder succesvol werd toegepast bij honden, kan op termijn een zware operatie bij patiënten met heupdysplasie voorkomen.
Heupdysplasie
Heupdysplasie is een aandoening waarbij de heupkom niet goed is gevormd, waardoor de heupkop minder stevig in het gewricht ligt. Dit kan leiden tot pijn, instabiliteit en beperkingen bij bewegen. Zonder behandeling ontstaat vaak vroegtijdige slijtage, waardoor een kunstheup op jonge leeftijd nodig kan zijn. De huidige standaardbehandeling bij ernstige klachten is een ingrijpende operatie waarbij het bekken rondom de heupkom deels wordt losgemaakt en opnieuw gepositioneerd. Deze ingreep vraagt een lange hersteltijd en heeft grote impact op het dagelijks leven.
Inzichten uit diergeneeskunde
De nieuwe behandeling is gebaseerd op inzichten uit de diergeneeskunde. Hoogleraar en Orthopedisch chirurg Bart van der Wal werkte eerder bij het UMC Utrecht, waar hij samen met hoogleraar diergeneeskunde Björn Meij ontdekte dat de aandoening bij honden sterk lijkt op dezelfde aandoening bij mensen. Bij honden met heupdysplasie bleek een op maat gemaakt, 3D-geprint implantaat veelbelovende resultaten te geven: sneller herstel, betere mobiliteit en minder pijn,
Behandeling met 3DHIP
Deze ervaringen vormden de basis voor de vertaling naar mensen: een nieuwe behandeling met de zogeheten 3DHIP. In het Anna Ziekenhuis start nu een safety-trial, waarbij de nadruk ligt op veiligheid en technische uitvoerbaarheid. De eerste operaties worden uitgevoerd bij een kleine groep patiënten, waarbij de resultaten nauwgezet worden gevolgd.
Verbetering mobiliteit en kwaliteit van leven
Voor patiënten met heupdysplasie waarbij niet-operatieve behandelingen onvoldoende effect hebben, kan de nieuwe techniek op termijn mogelijk veel betekenen. Volgens Van der Wal en Agricola is het doel dan ook helder: “Met deze techniek hopen we patiënten een minder ingrijpende behandeling te bieden. Ons streven is om hun mobiliteit en kwaliteit van leven te verbeteren, terwijl we de noodzaak van een kunstheup zo lang mogelijk uitstellen.” De behandeling is erop gericht de eigen heup te behouden, pijn te verminderen en slijtage af te remmen. Of en voor wie deze aanpak geschikt is, moet vervolgonderzoek uitwijzen.