Operatie aan de speekselklieren
Kaakchirurgie
Inleiding
Hier geven we je meer informatie over de operatie die mogelijk nodig is bij aandoeningen van de speekselklieren.
De speekselklieren
Ieder mens heeft honderden kleine speekselkliertjes. Deze liggen verspreid in de mond- en keelholte. Daarnaast zijn er zes grotere speekselklieren die het meeste speeksel maken. Twee daarvan liggen in de mondholte onder de tong (de glandula sublingualis). De andere vier liggen buiten de mond: onder de kaakrand (de glandula submandibularis ofwel onderkaakspeekselklier) en voor het oor (de glandula parotis ofwel oorspeekselklier). Speeksel is nodig voor het spijsverteringsproces. Via een dunne buis wordt het speeksel uit deze klieren naar de mond gebracht.
Speeksel maakt het eten dat je hebt ingeslikt vochtig. De spijsverteringsenzymen in het speeksel zorgen voor de eerste stap van de spijsvertering. De oorspeekselklier bestaat uit twee delen: een oppervlakkig deel en een dieper gelegen deel. Tussen deze twee delen loopt de aangezichtszenuw (de nervus facialis). Deze zenuw zorgt ervoor dat je je gezicht kunt bewegen, bijvoorbeeld om je ogen te sluiten, je wenkbrauwen te fronsen en je mond te sluiten.
Mogelijke aandoeningen van de speekselklieren
In de afvoerbuizen naar de mond en in de grote speekselklieren zelf kunnen speekselsteentjes ontstaan. Deze kunnen de afvoer van speeksel belemmeren en ontstekingen veroorzaken. Ook kunnen er goedaardige en kwaadaardige gezwellen in de speekselklieren ontstaan
Diagnose en onderzoek
Aan de hand van de klachten die je beschrijft en aanvullend onderzoek kunnen we de oorzaak van je klachten vinden. Mogelijke onderzoeken van de speekselklieren zijn:
Lichamelijk onderzoek
Bij lichamelijk onderzoek kunnen we meestal goed vaststellen of er sprake is van een ontsteking of een gezwel. Vaak kan een speekselsteentje in een afvoerbuis aan de binnenkant van de wang of onder de tong worden gevoeld.
Echo
Dit is een pijnloos onderzoek waarbij geluidsgolven worden gebruikt om speekselstenen of een gezwel zichtbaar te maken. De echo kan eventueel worden aangevuld met een punctie.
Punctie
Met een dunne naald neemt de radioloog een stukje weefsel af. Dit weefsel wordt onder de microscoop onderzocht. Zo kan worden vastgesteld om welke aandoening het precies gaat.
CT-scan
Een CT-scan gebruikt röntgenstraling om een hele serie röntgenfoto’s te maken. Deze geven een goed beeld van een bepaald gebied van je lichaam.
MRI-scan
Net als bij de CT-scan wordt bij een MRI-scan een hele serie beelden van de speekselklieren gemaakt. Deze beelden worden daarna bewerkt. Een MRI-scan maakt gebruik van een magnetisch veld.
Behandelingsmogelijkheden
Bij speekselstenen
Eén van de behandelingen is het extra stimuleren van de speekselklieren door op iets zuurs te zuigen, zoals zuurtjes of citroenzuur. Hierdoor maken de speekselklieren extra speeksel. Speekselsteentjes kunnen hierdoor soms vanzelf naar buiten komen. Ook kan het helpen om de klier in de richting van de uitgang in de mond te masseren. Zo kunnen kleine speekselsteentjes naar buiten komen. Soms wordt antibiotica voorgeschreven. Speekselsteentjes die duidelijk voelbaar zijn, kunnen met een operatie worden verwijderd. Soms helpen de bovenstaande behandelingen niet en moet de hele speekselklier worden verwijderd.
Bij een gezwel
Als er sprake is van een gezwel, is bijna altijd een operatie nodig. De meeste gezwellen zijn goedaardig. Tijdens de operatie wordt het gezwel verwijderd. Daarna wordt het verwijderde weefsel volledig onder de microscoop onderzocht. Het duurt ongeveer twee weken voordat de uitslag van dit onderzoek bekend is. Afhankelijk van de uitslag kan een aanvullende behandeling nodig zijn of verwijzen we je door naar een ander behandelcentrum.
De operatie
Een operatie aan de grote speekselklieren vindt plaats onder narcose. Je moet rekening houden met een ziekenhuisopname van enkele dagen (zie ook ‘Naar huis’).
De operatie
Operatie aan de onderkaakspeekselklier
Via een snee van ongeveer 5 cm onder de rand van de onderkaak wordt de hele klier verwijderd. De snee loopt in een huidplooi. Hierdoor ontstaat later een litteken dat weinig opvalt.
Operatie aan de oorspeekselklier (parotidectomie)
Bij deze operatie wordt een snee gemaakt die voor het oor langs recht naar beneden loopt. Daarna buigt de snee onder het oorlelletje naar achteren en eindigt deze in een huidplooi onder de kaakrand. Ook hierbij ontstaat later een litteken dat weinig opvalt.
Bij de operatie aan de oorspeekselklier zijn er twee mogelijkheden:
Oppervlakkige parotidectomie
Een oppervlakkige parotidectomie is het verwijderen van het oppervlakkige deel van de klier. Dit is de meest voorkomende operatie bij een goedaardig gezwel of een chronische ontsteking. Hierbij wordt het oppervlakkige deel van de klier losgemaakt van de takken van de aangezichtszenuw en verwijderd. Vaak wordt na de operatie tijdelijk een slangetje (een drain) in de wond achtergelaten. Dit voert overtollig wondvocht af.Totale parotidectomie
Hierbij wordt de hele klier verwijderd. Meestal gebeurt dit als er sprake is van een kwaadaardig gezwel. Soms worden daarbij ook takken van de aangezichtszenuw verwijderd.
Mogelijke complicaties en risico’s
Bij operaties aan de speekselklieren bestaat, zoals bij alle operaties, het risico op een wondinfectie of een nabloeding. Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk zoals:
Beschadiging van een gevoelszenuw aan het oor
De gevoelszenuw van het oorlelletje wordt tijdens de operatie vaak doorgesneden. Dit kan nodig zijn omdat de zenuw in het operatiegebied ligt en de toegang tot het te verwijderen weefsel belemmert. Hierdoor kan het gevoel in de oorlel en het onderste deel van het oor minder worden of helemaal verdwijnen. Dit kan tijdelijk of blijvend zijn. Van tevoren is niet te voorspellen hoe lang dit duurt.
Beschadiging van de aangezichtszenuw
Bij een operatie aan de oorspeekselklier bestaat het risico dat de aangezichtszenuw wordt beschadigd. Meestal ontstaat hierdoor tijdelijk een gedeeltelijke uitval van de functie van één of meer spieren in het gezicht. Je ooglid kan bijvoorbeeld niet meer goed sluiten of je mondhoek kan gaan hangen. Gelukkig is deze uitval bijna altijd tijdelijk. De kans dat een zenuwtak wordt doorgesneden en blijvende uitval veroorzaakt, is zeer klein. Bij een totale parotidectomie vanwege een kwaadaardig gezwel kan het soms nodig zijn om de aangezichtszenuw of een deel daarvan mee te verwijderen.Soms kan tijdens de operatie al een zenuwreconstructie worden uitgevoerd. In andere gevallen kan eventueel later een hersteloperatie worden gedaan.
Syndroom van Frey
Dit syndroom komt in meer of mindere mate vaak voor. Het kenmerk is dat de huid voor het oor tijdens het eten vochtig wordt door zweetproductie. Dit kan soms vervelend zijn, maar het kan geen kwaad. Met een behandeling met botox injecties kan dit syndroom worden verholpen.
Terugkeer van de aandoening
Het meest voorkomende goedaardige gezwel, het zogenaamde menggezwel (pleiomorf adenoom), komt soms terug. Ook speekselstenen of ontstekingen kunnen terugkomen. Het kan dan nodig zijn om de behandeling opnieuw te doen.
Na de operatie
Na de operatie ga je naar de uitslaapkamer. Als je bloeddruk en ademhaling goed zijn en je bent goed wakker, dan ga je terug naar de verpleegafdeling.
Afhankelijk van de operatie heb je een aantal slangetjes in je lichaam. Dit kunnen zijn:
- Een infuus in de arm voor vochttoediening. Zodra je weer voldoende kunt drinken kan het infuus verwijderd worden.
- Een slangetje (drain) in de hals om overtollig wondvocht af te voeren.
Vanaf de eerste dag na de operatie mag je meteen uit bed. Ook mag je meteen na de operatie weer drinken en gewoon eten.
Naar huis
Na een operatie aan de speekselklieren kun je meestal de dag na de operatie, of soms dezelfde dag al, naar huis. Soms duurt de opname wat langer. Dit hangt onder andere af van het wel of niet aanwezig zijn van een drain. Je krijgt een afspraak mee voor controle op onze polikliniek, één week na de operatie. Tijdens deze controle worden de hechtingen verwijderd.
Wanneer moet je contact opnemen?
Als één van de onderstaande zaken gebeurt, is het belangrijk dat je contact opneemt met de polikliniek kaakchirurgie, telefoon 040 - 286 48 68. Buiten openingstijden kun je contact opnemen met de spoedeisende hulp (SEH), telefoon 040 - 286 48 34.
Als je koorts krijgt boven 38,5 graden Celsius.
Als de operatiewond gaat bloeden.
Als de operatiewond rood en/of warm aanvoelt
Leefregels na de operatie
Douchen/baden
Je hoofd mag nat worden gedurende de eerste week bij douchen en baden, maar was je haren niet.
Medicatie
De eerste dagen na de operatie kun je een pijnlijk gevoel hebben in het operatiegebied. Dit is normaal. Bij ontslag krijg je pijnstillers mee naar huis. Op het recept staan de maximale doseringen.
Werken
Het ongemak en eventuele pijn bepalen wanneer je weer kunt gaan werken.
Wondverzorging
Tijdens de eerste controle op onze polikliniek worden de hechtingen verwijderd. Je kunt de wond het beste gewoon aan de lucht laten, dus bedek de wond niet met pleisters.
Specifiek
Vermijd de eerste 10 dagen het snuiten van je neus. Bij snuiten ontstaat druk op het wondgebied waardoor een nabloeding kan ontstaan.
Heb je nog vragen?
Deze folder is niet bedoeld als vervanging van de mondelinge informatie, maar als aanvulling daarop. Zo kun je alles nog eens rustig nalezen.
Heb je nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek kaakchirurgie, bereikbaar op werkdagen tussen 8.30 en 16.30 uur via telefoonnummer 040 - 286 48 68.