Delier (acuut optredende verwardheid)
Geriatrie
Wat is acuut optredende verwardheid (delier)?
Je familielid, vriend(in) of kennis ligt bij ons in het Anna Ziekenhuis. Hij of zij is opgenomen door een ziekte, een ongeval en of een operatie. Je merkt misschien dat hij of zij anders reageert dan je gewend bent. Dat kan schrikken zijn. We vinden het daarom belangrijk om je rustig uit te leggen wat er aan de hand is. Iemand die je normaal goed kent, kan nu onrustig zijn of juist erg suf. Een gesprek voeren gaat lastig. Hij of zij begrijpt je niet altijd en denkt soms op een andere plek te zijn. De verpleegkundige of arts kan je hebben verteld dat er sprake is van verwardheid. Deze vorm van acuut optredende verwardheid noemen we een delier.
Is deze verwarde toestand tijdelijk?
Als de lichamelijke situatie verbetert, wordt de verwardheid meestal minder. Dit kan enkele uren duren maar soms ook dagen. Hoe lang het duurt hangt onder andere af van:
- de ernst van de lichamelijke aandoening
- de leeftijd van de patiënt
- de conditie van de patiënt
Waardoor ontstaat een delier?
Een delier kan verschillende oorzaken hebben. Misschien heb je wel eens gehoord van een alcoholdelier. Dat is een bekende vorm. Ook iemand die nooit alcohol gebruikt heeft kan een delier krijgen. Andere mogelijke oorzaken zijn grote operaties, ziekten aan het hart of de longen, ontstekingen en stoornissen in de stofwisseling of hormonen. Ook kunnen een ongeluk zoals een hersenschudding of hersenkneuzing, medicijngebruik bijvoorbeeld tegen pijn, stress, angst en te weinig slaap een rol spelen. Patiënten ouder dan 70 jaar hebben een grotere kans om acuut verward te raken.
Wat zijn de verschijnselen van een delier?
De patiënt is minder helder dan normaal en kan wat dromerig overkomen. Het lijkt soms alsof informatie niet goed binnenkomt. Wat je net verteld hebt, kan snel weer vergeten zijn. Dit gebeurt niet expres. Vooral recente gebeurtenissen worden vaak niet onthouden. Een gesprek voeren is lastig omdat concentreren moeilijk is. De patiënt weet soms niet goed waar hij of zij is en welke dag het is. Het gevoel voor zichzelf en de omgeving kan even weg zijn. Dat kan onrust of angst geven. Reacties kunnen daardoor waakzaam, achterdochtig of soms agressief lijken. Het kan ook voorkomen dat iemand zich juist stil terugtrekt terwijl je dat niet gewend bent. Patiënten met een delier ervaren de werkelijkheid anders en zien of horen dingen die er niet zijn zoals beestjes of stemmen. Voor de patiënt voelt dit heel echt en dit is niet eenvoudig weg te nemen.
Waaruit bestaat de behandeling van een delier?
De arts probeert zo snel mogelijk de oorzaak van het delier te vinden en te behandelen. Soms helpen medicijnen om de verschijnselen van het delier te verminderen, bijvoorbeeld bij veel onrust. De verpleegkundige zorgt voor duidelijke oriëntatiepunten, zodat de patiënt snel kan zien waar hij is en welke dag het is.
Wat kun je doen als familie, vriend(in) of kennis?
- Vertel bij een bezoek wie je bent en waarom je er bent en herhaal dit rustig als dat nodig is.
- Leg uit dat de patiënt (mogelijk) ziek is en in het ziekenhuis ligt als dat mogelijk is.
- Praat rustig en gebruik korte en duidelijke zinnen. Stel eenvoudige vragen zoals: ‘Heb je lekker geslapen?’.
- Spullen van thuis kunnen helpen bij het herstel. Denk aan foto’s of een eigen kussen.
- Bekende gezichten geven rust. Soms is het mogelijk om in overleg met de verpleegkundige te blijven slapen.
- Bezoek is fijn maar te veel mensen tegelijk kan vermoeiend en verwarrend zijn.
- Ga bij meerdere bezoekers zoveel mogelijk aan een kant van het bed of de stoel zitten zodat de patiënt zich op een punt kan richten.
- Let erop dat de patiënt de bril en of het gehoorapparaat gebruikt.
- Ga liever niet mee in ideeën of dingen die de patiënt ziet of hoort maar die er niet zijn.
- Probeer niet tegen te spreken, maar geef rustig aan dat jouw waarneming anders is. Maak er geen discussie van. Praat over echte personen en gebeurtenissen.
- Help de patiënt in het hier en nu te blijven door bijvoorbeeld de plaatselijke krant mee te nemen en stukjes voor te lezen.
- Je kunt een schriftje op het nachtkastje leggen waarin bezoekers opschrijven wie er is geweest en eventuele boodschappen of bevindingen voor anderen zoals de verpleging.
Voor meer informatie kun je altijd terecht bij de verpleegkundige van de afdeling waar je familielid, vriend(in) of kennis ligt.